De Raad voor Rechtsbijstand beoordeelt op basis van inkomen en vermogen of iemand recht heeft op een toevoeging. Hierbij wordt gebruikgemaakt van gegevens van de Belastingdienst. Om in aanmerking te komen, mag het inkomen niet boven een vastgestelde grens uitkomen en geldt er een maximale grens voor vermogen. Daarnaast kan een aanvraag worden afgewezen wanneer er een rechtsbijstandsverzekering is die de kosten dekt.
Wanneer een toevoeging wordt toegekend, vergoedt de Raad voor Rechtsbijstand een deel van de kosten. Je betaalt zelf een eigen bijdrage die door de mediator in rekening wordt gebracht. Daarbovenop komen de griffierechten van de rechtbank. Bij een toevoeging geldt een verlaagd griffierecht, waardoor de kosten lager uitvallen. Wanneer één van de partners wel recht heeft op een toevoeging en de ander niet, betaalt ieder zijn eigen deel volgens de geldende tarieven.
De Raad voor Rechtsbijstand laat rechtstreeks weten of de toevoeging wordt toegekend of afgewezen. Ben je het niet eens met de beslissing, dan kun je bezwaar maken binnen de gestelde termijn. In sommige gevallen kan een peiljaarverlegging worden aangevraagd, bijvoorbeeld wanneer het actuele inkomen aanzienlijk lager ligt dan het eerder getoetste inkomen.
Na afloop van de scheiding voert de Raad voor Rechtsbijstand een resultaatbeoordeling uit. Wanneer uit de scheiding een geldelijk voordeel ontstaat dat boven de vastgestelde grens uitkomt, kan dit gevolgen hebben voor de toevoeging. Het maakt daarbij niet uit of het bedrag al is ontvangen; ook een recht op bijvoorbeeld overwaarde op de woning telt mee.